Cultuur

Ketama Gold: hoe Marokkaanse hasj een wereldnaam werd

Van de Rif tot Amsterdam, van de hippieroute tot de platen van de Rolling Stones. Marokkaanse hasj bouwde een reputatie op die veel ouder is dan de moderne coffeeshop. En ergens in dat verhaal loopt ook Jimi Hendrix rond.

Vraag een oudere coffeeshopbezoeker naar Marokkaanse hasj en de kans is groot dat één naam meteen valt: Ketama. Voor sommigen is het pure nostalgie. Voor anderen is het nog altijd de maatstaf. Maar die naam komt niet uit een marketingvergadering. Ketama ligt in de Rif, het berggebied in het noorden van Marokko waar boeren al generaties lang kif verbouwen. Dat was oorspronkelijk vooral voor lokaal gebruik, vaak gemengd met tabak en gerookt in een lange, smalle pijp: de sebsi. De streek had dus al een cannabistraditie lang voordat iemand in Amsterdam ‘Ketama Gold’ op een menukaart schreef. En dat verschil is belangrijk. De beroemde exporthasj kwam later.

De grote omslag begon in de jaren zestig en zeventig. Westerse reizigers trokken naar Marokko, Europese liefhebbers ontdekten het product en de vraag schoot omhoog. Boeren in de Rif gingen steeds meer cannabis verbouwen voor de export. Ook het maken van gezeefde hasj kreeg toen een veel grotere rol; de precieze herkomst van die werkwijze is onderwerp van discussie. In Europese coffeeshops werden namen als Ketama Gold en Double Zero bekend. Marokkaanse gemeenschappen en handelsnetwerken, onder meer via Nederland, hielpen die naam verspreiden. In de jaren tachtig groeide de markt verder, mede doordat aanvoer uit Afghanistan en Libanon door conflicten werd verstoord. De combinatie van een herkenbare herkomst, vakkennis en enorme vraag maakte de Rif een grootmacht. Al was niet ieder blokje met ‘Maroc’ erop automatisch topkwaliteit.

Ondertussen liep er een compleet andere stoet bezoekers door Marokko: muzikanten. In 1967 reisden leden van de Rolling Stones, onder wie Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones, naar Tanger en Marrakech. Jones kwam in 1968 terug om de Master Musicians of Joujouka op te nemen. Die opnames verschenen in 1971 op het Stones-label. En ja, ook Jimi Hendrix kwam naar Marokko. In de zomer van 1969 bracht hij korte tijd door in Essaouira. Zijn bezoek groeide uit tot zo'n legende dat je er nog altijd zijn naam op cafés tegenkomt. Sommige verhalen zijn mooier dan de feiten: ‘Castles Made of Sand’ kon niet door dat bezoek zijn ontstaan, want het nummer was al in 1967 uitgebracht. De Stones en Hendrix kwamen bovendien niet aantoonbaar naar Marokko om hasj uit Ketama te halen. Ze hoorden bij een grotere golf van artiesten en reizigers die vielen voor de muziek, sfeer en vrijheid die ze er vonden.

En daar zit precies de reden waarom Marokkaanse hasj zo'n bijna mythische status kreeg. Het was meer dan een product. Ketama werd een naam die meeging in rugzakken, platenverhalen en later in de Nederlandse coffeeshopcultuur. De oude kif uit de Rif, de hasjboom van de jaren zeventig, de rocksterren in Tanger en Essaouira: het zijn verschillende verhalen, maar ze kwamen samen in dezelfde tijdgeest. Tegenwoordig is de markt veranderd, met nieuwe soorten en andere productiemethoden. Toch hoeft iemand maar ‘Ketama’ te zeggen en bij een hele generatie gaat er een belletje rinkelen. Dat is het verschil tussen een naam op een zakje en een echte OG.

← Terug naar THE DROP