Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Coffeeshops die hun voorraad gewoon bij erkende telers bestellen, weten waar hun producten vandaan komen en niet meer afhankelijk zijn van de illegale aanvoer. Voor ondernemers die aan het wietexperiment meedoen, is dat inmiddels dagelijkse praktijk. De Bond van Cannabis Detaillisten heeft de eerste onderzoeksresultaten besproken met betrokken coffeeshophouders en gemeenten. Op 2 november publiceerde de brancheorganisatie haar formele reactie. De boodschap? Er gaat een hoop goed. De kwaliteit is volgens ondernemers constanter, het assortiment groeit en zelfs klanten die eerder afhaakten vanwege het hasjaanbod beginnen terug te komen. Maar achter de toonbank is niet iedereen gerust op de toekomst.
Want een gereguleerde keten onderhouden kost geld. Personeel, apparatuur, leveranciers, voorraadbeheer: ondernemers moeten blijven investeren om de boel draaiende te houden. Alleen weet niemand precies wat er na het experiment gebeurt. Volgens de Coffeeshopbond is afbouw voorlopig nog altijd het uitgangspunt en komt er pas vier maanden voor het einde duidelijkheid over een mogelijke voortzetting. Dat is nogal wat als je nu moet beslissen of je extra personeel aanneemt of duizenden euro's in je zaak steekt. Ondertussen zijn er nog praktische problemen. Het digitale registratiesysteem vraagt bij sommige shops dagelijks aandacht, hasj sluit qua prijs en karakter niet overal aan bij wat klanten zoeken en lagere verkoopprijzen drukken op de marges. Meer keuze klinkt leuk, maar de kassa moet uiteindelijk ook blijven rinkelen.
De eerste vervolgmeting van het WODC, die in september verscheen, liet zien dat het gereguleerde aanbod breder is geworden. Grote veranderingen in cannabisgebruik, gezondheid of veiligheid konden de onderzoekers op dat moment nog niet vaststellen. De Coffeeshopbond wil daarom niet dat Nederland nu al conclusies trekt, maar vraagt wel om een duidelijke planning voor wat hierna komt. De organisatie vindt het bovendien teleurstellend dat het kabinet volgens haar geen concrete succescriteria heeft vastgelegd, terwijl daar eerder over was gesproken. En daar zit de vreemde situatie: coffeeshops hebben eindelijk een systeem waarin de bevoorrading volgens de regels verloopt, maar kunnen nog altijd niet met zekerheid plannen maken voor de jaren daarna. Stel dat het experiment uiteindelijk goed uitpakt. Dan zou het toch behoorlijk zuur zijn als ondernemers eerst alles moeten afbreken om later weer opnieuw te beginnen?





