Zevenhonderd kilo hasj. Niet ergens achter een toonbank, maar in een woning en de bijbehorende kelderbox. Bij een politieonderzoek in december 2025 kwam die enorme voorraad boven water. De bewoner verklaarde dat hij de spullen voor iemand anders bewaarde. Alleen wilde hij daar verder weinig over kwijt. De rechtbank Amsterdam vond het bewijs duidelijk genoeg: wie zoveel hasj in zijn eigen woning heeft liggen, kan moeilijk volhouden dat hij van niets wist. Op 29 september kreeg de man achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.
Maar het verhaal kreeg nog een vreemde draai. In een andere woning, die van zijn vader, vond de politie maar liefst 430.840 euro, verstopt onder een afgesloten luik in een bank. Het Openbaar Ministerie verdacht de man ook van witwassen. Daar ging de rechter niet in mee. Er was onvoldoende bewijs dat hij überhaupt van dat geld wist. Vrijspraak dus voor die vier ton, maar niet voor de hasj. De rechter maakte daarmee duidelijk onderscheid tussen wat verdacht lijkt en wat daadwerkelijk bewezen kan worden.
Zijn advocaat probeerde ondertussen nog de bekende Nederlandse achterdeur op tafel te leggen. Coffeeshops mogen onder voorwaarden wiet en hasj verkopen, terwijl de aanvoer buiten het wietexperiment verboden blijft. Alleen was deze man geen coffeeshophouder en kon hij ook geen duidelijke zakelijke band met een coffeeshop aantonen. Waarom hij zo'n enorme voorraad moest bewaren, bleef eveneens onbeantwoord. De rechtbank zag dan ook geen reden om hem vanwege die achterdeurproblematiek zonder straf weg te sturen. Want hoe krom de Nederlandse wietregels soms ook zijn, zevenhonderd kilo in je kelder vraagt om een beter verhaal dan alleen wijzen naar de overheid.





